Catalina, (foto internet) blad 1
1949
Mijn tijd in de Marine luchtvaart- dienst.
januari 1949 t/m februari 1954 muziek, marinierskapel
Het was begin januari dat ik voor de keuring naar Voorschoten moest, we werden daar tijdelijk ondergebracht om gedurende, ik dacht zo'n 5 dagen te worden gekeurd. De keuring omvatte een scala aan testen, welke door mij goed werden afgerond en werd goed gekeurd. Vandaar gingen we naar het MOK hilversum, met de trein naar hollandsche rading en vandaar marcheren naar het kamp. Daar kregen we de eerste uitrusting en moesten we onze plunje met naald en draad merken met ons Militaire nummer. Ik kan wel zeggen dat het een hels karwei was, ook moesten we leren om onze kooi te sjorren, dat is een hangmat met matrasje van stevig materiaal, waarom de touwen waarmede het werd opgehangen als bind touwen werden gebruikt. Als je het goed had gedaan, zou je er 24 uur op kunnen drijven. Ook was er en schip van beton met een kanon en een snelvuur kanon, waar we mee moesten oefenenToen we van alles op de hoogte waren gebracht en het schieten en roeien onder de knie hadden, werd ik overgeplaatst naar vliegveld delen bij Arnhem, voor de vakopleiding, welke werd gegeven door een sergeant van de LSK (lucht strijd krachten). De lessen werden gegeven in een nissen hut, want van het vliegveld was weinig over zo kort na de oorlog. We waren gestationeerd in kleine gebouwtjes, wat toch wel gezellig was'. Het leukste vond ik dat wachtlopen op de kop van Deelen, er stond een wacht gebouw, daar was je voor een paar dagen en liep je met een stengun het grote gebied af. De omgeven lag nog bezaaid met patronen van 9 m/m, die in de stengun pasten, dus was het blikjes en paaltjes schieten, dat was een leuke tijd voor een bijna 17 jarige. Na ongeveer een half jaar werden we overgeplaatst naar het Vliegveld Valkenburg bij katwijk.
Harpoon klaar voor OSRD vlucht
Daar aangekomen werd ik onder gebracht in barak B 8, de baraken stonden aan de wassenaarseweg, wat voor het doorgaande verkeer was bestemd, maar veel verkeer was er toen nog niet. Ik werd te werk gesteld in de werkplaats van het vliegveld en had de controle over de dingy''s (rubberboten) en parachutes, welke door de vliegers tijdens hun vlucht werden meegenomen voor te gebruiken in geval van nood. Liever was ik ingedeeld geweest bij een squadron, maar dat kwam pas later.
Het meest erge vond ik het wachtlopen op het vliegveld, je stond twee uur op wacht maar met de aflossing mee, wat met een oude omgebouwde ziekenwagen gebeurde die het gehele vliegveld rond moest, was je zo'n goede drie uur kwijt. Dan kon je net drie uurtjes slapen of je werd weer gewekt voor de volgende wacht. Vooral in de winter was het een zware klus, want op dat uitgestrekte veld kon het behoorlijk koud zijn. Ik heb wel meegemaakt, dat bij slecht weer de vlam op mijn banjonet stond, het was net een lasvlam maar dat was het z.g elmesvuur, een statische ontlading, maar dat is wel schrikken.
Ook was ik de eerste de beste kerstdagen de klos en kon dus niet de kerstdagen thuis doorbrengen. Ik was ingedeeld bij de OSRD wacht (opsporings en reddingsdienst) dat is voor als er iets gebeurt zoals een ramp op zee of een overstroming. Daarvoo hadden we een oude B25 Mitchel bommenwerper, die was omgebouwd voor reddingswerk. Wij moesten zorgen dat de rubberboten en vlotten, noodpakketten enz. in orde waren en aan boord van het vliegtuig waren. Niets is vervelender dan afwachten zo'n 18 dagen, om de tijd te doden gingen we maar naar de cantine een pijpje bier drinken en een beetje tafeltennis spelen. Zo verstreek de tijd zonder schokkende gebeurtenissen. We werkten en liepen wacht en zo werd het december 1951

januari 1952 Op weg naar Curaçao met de Doorman
Groepsfoto squadron 1 op de Karel Doorman
Het was tegen eind december 1951 dat ik plots te horen kreeg, dat ik naar curaçao moest met squadron 1. We zouden met 12 firefly's aan boord van de Karel Doorman op 7 januari 1952 vertrekken. Snel moest ik toen nog alle inentingen halen, die nodig waren voor de Antillen, zodat er aan twee armen tegelijk stonden te prikken. Maar dit ging allemaal naar wens dus nu de plunje maar pakken en bgin januari op weg naar de Karel-Doorman. We vertrokken , na alles te hebben ingeladen op weg naar curaçao. Halverwege de tocht hebben we nog een noodstop gemaakt, omdat er iemand overboord was gesprongen, helaas hebben we die niet meer gevonden. Na 15 dagen was curaçao in zicht en vlogen de firefly's vast van het vliegdek op weg naar het vliegveld Hato, zodat toen wij aankwamen de 12 kisten er al stonden. Het was hard aanpoken de eerste dagen, ik had 38 uur geen bed gezien, maar gelukkig ging alles goed, we werden op de Marine Basis Parera ondergebracht in barak D en had ik het geluk dat ik de eerste nacht dat we geinstaleerd waren al op het platform de wacht mocht lopen, deze is later over genomen door de mariniers van sufisant. Zodat wij aan het werk konden blijven met de boel op poten te zetten. Het was een drukke tijd met veel werk dat gedaan moest worden om de boel goed te laten draaien. We werkten dagelijks tot 1 uur 's middags dan gingen we naar de basis voor de lunch. Meestal daarna een uurtje plat en dan de wal op om te passagieren. Het weekend waren we veel in de marine baay ( Michielsbaay), waar ook de gezinsleden van de militairen zich vermaakten
Door onze timmerman en andere werkers gemaakte eethut, hier kwam ook de kapper om ons haar te knippen, geplaatst op het vliegveld. Ook een deel van het gebouwtje was bestemd als gereedschap uitgifte en materialen die e.v.t. moesten worden vervangen