de kleutertijd...........
De eerste jaren waren onbezorgd en speelde ik in de tuin, later voor de deur, want er was toen nog geen verkeer op een enkele fiets na.
Maar toen kwam de leeftijd voor de kleuterschool en was het vrije bestaan afgelopen. Inmiddels waren we verhuist in de winter van 1937 en woonden we op de meteorenweg, daar reed ook de bus. Elke dag liep ik van huis naar school aan de kometensingel tegenover het huis van de pastoor.Onderweg de nodige kattenkwaad uit halend, zoals ik het opslag gebouwtje van de gemeente klimmen, dat ging leuk omdat het allemaal open vierkantjes waren. Ik dacht dat ik bij juffrouw van Gelder kwam in de klas, dat was een fijne tijd, welke de meeste tijd in de zandbak werd doorgebracht. Verder deden we de gewone kleuterschool dingen,maar dat moest wel zuinig, want veel geld was er toen niet. Ook hadden we toen praktisch geen speelgoed, want dan konden mijn ouders, net als de meesten, niet betalen.

de meteorenschool 1940, in 1942 verhuide de school naar de kometensingel. Dat was wat je vroeger bijna als eerste zag, de klok boven de school. Foto op internet gevonden.
Daarna kwam de lagere school.......
Het was in 1938 dat ik naar de lagere school ging, ik was wat ze toen noemde een late leerling en er waren gewoon 6 klassen en e.v.t het 7e leerjaar, voordat je naar het voortgezette onderwijs ging

Pa,Ma mijn zus en ik1933, mijn zus is op 80 jarige leeftijd overleden op 10 januari 2010
.
Wij moesten altijd lopen naar school ik met mijn oudere zuster, en dat was ongeveer een drie kilometer en dat vier maal per dag op de klompen, want zoals ik al schreef, was het een echt dorp, je kwam zelden in de stad. Ik kwam in de klas bij juffrouw Blanken, een grote dikke vrouw, maar heel aardig. Het was een echt dorpsschool en alles was heel gemoedelijk, als je vervelend was kreeg je een flinke draai om de oren of een tik met de liniaal op de vingers, dat kon aardig aankomen. Maar als je dat thuis vertelde, kreeg je nog eens een paar kletsen en ik moet zeggen, we zijn er niet slechter van geworden. Een beetje orde en regelmaat kon geen kwaad.
En zo sukkelde we de eerste klas door, mijn zus zat twee klassen hoger. We haalden wel allerlei kattekwaad uit, vooral mijn zus kon er wat van. Als er iemand met een hoed op kwam, wist zij hem wel van zijn hoofd te wippen, met alle gevolgen van dien. Ik moet zeggen het was een mooie rustige tijd, ondanks de altijd overheersende armoede. Mijn Vader had vaak geen werk, omdat er dan geen boten in het DOK kwamen om gerepareerd te worden.

Schoolfoto mijn zus en ik 1939
Langzaam begon ook de dreiging van het facisme en de oorlog van nazi deutsland. Als we s'avonds naar de gymnastiek moesten zagen we al de zoeklichten de hemel inschijnen bij wijze van oefening en werden er gasmaskers uitgedeeld aan eenheid van de bescherming bevolking (BB) waar ook mijn Vader deel van uitmaakte. en zo kwam ook 1938 ten einde.
Het jaar 1939..............
Het jaar 1939 begon met veel sneeuw en vorst, we konden al snel schaatsen op de slootjes rond Oostzaan. Ik had een paar schaatsjes met van de krullen voorop, ze waren nog uit het jaar nul of zo, maar we vermaakten ons best. Ook kregen we regelmatig ijsvrij, wat we natuurlijk fijn vonden. Het was echt een gemoedelijke dorpsschool met als hoofdonderwijzer Meester van Gelder, ik denk dat deze man zijn hele leven aan deze school heeft gegeven. Hij was echt een begrip in het dorp, hij heeft vele generatie's kinderen onderwijs gegeven. Verder speelden we op straat waar we aan het hoepelen waren met een oude fiets velg, of we gingen voetballen, met een eigen gemaakte bal van papier met een touw erom, op het grind pleintje. Als je de pech had om te vallen, kwam een week later nog het grind uit je knie.
En toen kwam de grote vakantie weer, een tijd waar je naar uitkeek maar je had niets om te doen. Met je ouders op vakantie gaan zo als nu, was er niet bij.Het was achter je hoepeltje lopen of, als het mooi weer was spelen aan het noordzee kanaal, waar we altijd met zijn allen gingen zwemmen. Vaak gingen mijn ooms en mijn vader ook mee, dan was het feest. We werden van de ene naar de andere kant gegooit in het water. Mijn vader was een heel goede zwemmer, hij zwom als jongen zijnde altijd in de thames bij Londen, en dat was best ruig water

Na de vakantie kwam ik in de tweede klas bij meester Dil uit landsmeer, dat was niet zo'n fijne. Een erg driftig mannetje en ik heb menig klap van hem gehad. Natuurlijk deden wij ook wel het nodige, water op de stoel, kikker in zijn tas, allemaal van die kleine dingetjes. Ook ging het gerucht, dat deze meester lid zou zijn van de NSB, maar dat kan ik niet bevestigen, daar was ik te jong voor.
We waren blij en vrij, gingen de wei in en sprongen op een paard, gingen eenden eieren zoeken en kikkerbilletjes roosteren. Maar de dreiging van nazie duitsland werd steeds groter.Langzaam kwam de winter weer naderbij en werden er voorbereidingen getroffen voor eten voor de winter. Groente in de wekflessen, de aardappelen inkuilen en inzouten in grote keulse potten van de koolsoorten.We hadden immers geen cent te makke. En zo kwamen de kerstdagen van 1939 aan, de kerstboom werd neergezet met echte kaarsjes, wij moesten hulst met besjes plukken om zo de boel een beetje gezellig te maken. Mijn vader bakte op oude- jaarsdag altijd de oliebollen. Ondanks de armoede was het toch een gezellige fijne tijd. Ook een tijd dat de mensen nog tijd en respect voor elkander hadden. en zo liep ook dat jaar ten einde.
foto (Beeldbank)
De oorlogsjaren.........
Het jaar 1940 deed zijn intrede, de winter was achter de rug en het voorjaar begon al vroeg. Ik liep met mijn ouders langs de dijk van het hogeland ( waar nu het fruitdorp is ) en er lagen allemaal militairen, dus de oorlog zal ook nederland treffen. Ik kwam pas uit het ziekenhuis waar ik opgenomen was met een zware longontsteking en waar ik langzaam weer op krachten kwam, ik was inmiddels zeven jaar en zou in augustus acht worden. De eerste maanden van het jaar verliepen op het dorp rustig en op school werden de voorbereidingen getroffen in geval van lucht allarm. En zo werd het vier mei en nederland kwam in oorlog met duitsland. De nederlandse soldaten deden wat zij konden, maar tegen zo'n overmacht, die ook nergens voor terug deinsde, waren ze niet opgewassen. Toen ook nog Rotterdam werd gebombardeerd, hielden we het voor gezien en gaf nederland zich over en werden we bezet door de duitsers. eerder waren er al andere landen onder de voet gelopen door de duitse oorlogs-machine.
In het begin viel alles nog mee, er moest wel raam verduistering worden gemaakt, want er mocht geen licht naar buiten schijnen omdat het de vijand de weg zou kunnen wijzen. De nederlandse B.B moest hier op toezien. mijn vader was ingedeeld bij de eerste hulp en reed met een omgebouwde auto van galaries modern als ambulance. Het waren drukke dagen om alles te regelen, diverse levensmiddelen waren op de bon. Ook moest iedereen boven de zestien een legitimatie hebben, het z.g ausweis of zo. Maar er was tot nu toe nog van alles voldoende. En zo was het oktober 1940 geworden dat op de nacht van de 10 e we met een oorverdovend lawaai en de plafonds naar beneden kwamen waker werden geschud door het bombardement wat op Tuindorp plaats vond. Vijf huizen bij ons vandaan sloeg een bom in, wat een enorme ravage aanrichte, ook in de maanstraat en het orionplein vielen de bommen, daar vielen slachtoffer en gewonden, dus was er werk aan de winkel voor mijn vader, die hier en daar eerste hulp verleende.
Ik weet nog dat ik uit mijn bed wilde, maar er meteen weer ingeblazen werd door de luchtdruk. Dat was erg angstig. We moesten tijdelijk andere huisvesting hebben, het huis was onbewoonbaar geworden, we gingen naar landsmeer bij de fam. van Horst, later kregen we een tijdelijke woning op het aldebarenplein, pal bij de school, was wel lekker dichtbij. Maar op 16 okt vielen er weer bommen op het poluxplein precies in het plansoentje gelukkig. De modder was overal heen geblazen. Gelukkig zijn we hier goed van afgekomen en na een tijdje konden we ons huis weer betrekken.
Inmiddels was ik en mijn zus op pianoles gegaan, mijn vader paste op de spullen van een joodse familie, daaronder bevond zich ook een piano, vliegkaarten en kleding, welke veilig moesten worden opgeborgen. Zou men dit vinden dan zag het er niet best uit. Zo ging het jaar rustig voorbij, alleen dat ik de tweede klas een jaartje moest overdoen, maar ja, we kwamen er wel en gingen we weer naar een nieuw oorlogsjaar.
Het straatbeeld van de eerste oorlogsjaren
foto (beeldbank amsterdam)

Bonkaart voor levensmiddelen, deze boodachappen waren alleen verkrijgbaar met een bon uit de kaart. Dit omdat alles erg schaars verkrijgbaar was en op die manier werd het gerantsoeneerd
1941 begon rustig, er was nog voedsel, gas en elektriciteit genoeg, wel moest alles steeds beter lichtdicht gemaakt worden, er mocht totaal geel licht naar buiten schijnen. De zoeklichten waren regelmatig in de lucht en af en toe ging het lucht afweer te keer. Er stonden bij de fokker fabriek aan de papaverweg een aantal zoeklichten en wat afweer geschut. Het meeste geschut stond op het hogeland. Ook wat schepen van de duitse kriegsmarine lieten wel eens wat geluid horen, maar hoe gek ook, je raakte er aan gewend. Net als op school, als het luchtalarm afging en we op de gang moesten staan, wat de meest veilige plek leek. Het was wel een winter met veel sneeuw waarin we ons best vermaakten, inmiddels ging ik naar mijn negen de levensjaar en ging dus ook de oorlog steeds beter te onderkennen. Het was toch wel angstig zo nu en dan. De NSB ers en de jugendstorm werden steeds brutaler en gingen steeds vaker joodje pesten, waar niet tegen werd opgetreden. Maar ik heb als jongetje zijnde vaak knokken gehad met de kinderen van NSBers. Mijn ouders waren echte SDAP ers, wat nu de P v/d A is. Mijn vader stak zijn mening niet onder stoelen of banken maar zei het recht voor zijn raap, wat toen erg link was. Inmiddels was hij wat je noemt in de zwarte handel gegaan, wat natuurlijk verboden was, maar hij moest toch zijn hoofd boven water houden, in de tijd van grote armoede. Hij slachte te klandestien vlees voor de verkoop, ook hadden we een zooitje konijnen zitten in de hokken van de schuur, waarvoor ik met mijn zus grote zakken gras moesten snijden aan de dijk en distels steken. Ik hechte me erg aan die beesten, dus vond ik het niet leuk als ze geslacht aan de waslijn hingen.Zo kwam de zomervakantie al weer aan en ging ik naar de derde klas.Maar in die tijd ging je echt niet met vakantie, je bleef thuis bij je karretje wat je had gemaakt van een paar oude wieltjes of je ging voetballen, hoepelen of een ander spelletje doen.
Zo werden onze joodse burgers door de S.S weggevoerd en als beesten in de wagons gedreven. 1942
foto (Beeldbank Amsterdam)
En zo liep heel rustig ook dit jaar naar het einde en begon alles weer van voren af aan...........
En zo was het weer januari 1942 geworden, langzaan werden de gevolgen van de oorlog merkbaar. Het werd wat moeilijker om aan brandstof voor de kachel te komen, want de kolen en turf werd schaars. Maar we konden het nog warm stoken, ook elektriciteit en gas waren nog voldoende aanwezig, later zou dat wel anders worden. Op school ging ook alles zoals het moest en mijn vader was vrij gesteld van de twee centen schoolgeld, want dat moest toen worden betaald als eigen bijdragen voor het onderwijs, omdat er geen werk voor hem was had hij haast geen inkomen, alleen steun van zo'n achtien gulden per week.Maar we hielden het hoofd goed boven water en wist Pa altijd wel wat bij te scharrelen. Hij zocht kolen en oude munten op het opgespoten land, wat met zand en modder uit het noordzeekanaal gebeurde. De mooie weilanden met de koeien waren verleden tijd geworden want men had de bedoeling om daar te gaan bouwen, maar de oorlog bracht daar verandering in.
Zonneweg tuindorp Oostzaan Foto internet
Wij woonden in een soortgelijk huis op de meteorenweg, net om de hoek.
Steeds meer werd de druk van de oorlog merkbaar, ook kwamen er steeds meer engelse bommenwerpoers over en dan ging het afweer geschut weer als een hels lawaai te keer. Ook hoorde je regelmatig de scherven van de luchtdoel granaten op de daken en straten kletteren dus was het verstandig binnen te blijven. De volgende dag gingen we altijd scherven zoeken, uit elkaar getrokken stukjes ijzer. Ook stonden we vaak tijdens het luchtallarm 's nachts in de kast onder de trap met een kussen op het hoofd als bescherming voor e.v.t stenen en puim als er een bom mocht vallen.
Elke avond gingen de luiken dicht en werd de verduistering aangebracht, zodat er geen licht naar buiten kon schijnen, want daar werd streng op gelet.
Dan was het 's avonds zes of zeven uur en ging mijn vader de kast in om naar de engelse zender te luisteren, de radio was in de kast weg gebouwd, eerst even de atenne uit rollen en dan maar luisteren naar de engelse berichten. Want van de duitse berichten konden we niet op aan, dat was een en al leugen.
Langzaam werd steeds meer de schaarste van diverse etenswaren voelbaar, maar de echte hongertijd moest nog komen. Op school ging alles normaal door, alleen tijdens de luchtallarm moesten we op de gang staan, wat waarschijnlijk de veiligste plaats was. We hadden zeker wel een keer of vier luchtallarm in de week.
We vermaakten ons best op het dorp met al mijn vrienden, we maakten een bal van oude kranten met een eind touw erom, daar gingen we op het poluxplein me voetballen. Ook waren we vaak aan het hoepelen of carbiet schieten. Dat deden we met een lege bus met deksel, aan de achtekant een klein gaatje. Dan carbiet erin met een beetje water, deksel er op, even wachten dat er genoeg gas in was en dan een lucifer voor het gaatje. Dan vloog de deksel met een noodgang weg gevolgd door een keiharde knal.
Langzaam ging de zomer voorbij en werd het winter, maar we hadden nog brandstof voor de kachel en was alles nog redelijk te doen, je kon nog veilig over straat tot aan de spertijd, dan mocht er niemand zonder speciale vergunningen meer op straat zijn.